Feyenoord

Bij elk bezoek trek ik deze jas aan. 

En onderweg naar het station, giert de spanning door mijn lijf. 

De jas geeft me het gevoel onaantastbaar te zijn.

Mijn spanning maakt plaats voor woede, 

en woedend zit ik in de trein. 

 

Maak me klaar om te vechten,

M’n hart gaat sneller kloppen,

Het is zo heet.

 

Het zou beter zijn die jas uit te doen, 

De jas blijft aan,

Jij moet dit logo zien,

Die jas blijft aan.

 

God, mijn handen zijn zo warm.

 

Ik kijk alsof ik je aan kan vallen, 

Op elk moment zou ik je aan kunnen vallen,

Dat is niet zo, 

Waarom voelt het alsof ik je elk moment aan kan vallen. 

 

Elk station brengt me dichter bij wat nooit thuis was, en bij elk station word ik aangekeken.

Soms scheef,

Kijk maar naar me. Dat vind ik fijn.

 

Vlak voordat de deur opengaat hoor ik niks meer. 

Ik hoor het geluid van mijn hart onder deze jas en verder hoor ik niks meer.  

 

Mijn handen vegen mijn haar dat voor het logo hangt achter mijn oren, 

Als mijn haar voor mijn oren hangt zie je het logo niet meer en dat logo heb ik nodig dus mijn haren hangen achter het logo. 

 

Straks kom ik langs cafés waar mannen zitten, 

Ik weet al wat ze gaan zeggen,

daarom loop ik er langs.

 

“Zo, jij hebt wel lef hè, met die jas van je in Noord-Holland” 

Ze roepen nog wat na, het zweet loopt langs me rug, maar hoe bozer ze worden, 

hoe beter ik me voel. 

 

Ik hoop dat ze zien dat ik me identificeer met alles wat zij kut vinden.